Lieke Rietrae | 13 februari, 2018

Drie oorzaken waarom digitalisering in het onderwijs niet zo snel gaat

Digitale vaardigheden onder docenten en studenten wordt steeds belangrijker. Dat stelt de onderwijsraad in haar advies doordacht digitaal (2017). De raad stelt in het advies dat studenten “… beter moeten worden voorbereid op het leven en werken in een digitale maatschappij.” Dit wordt bevestigd in het ontwerp van de 21e eeuwse vaardigheden, waar digitale geletterdheid een groot onderdeel van is. Dit zijn vaardigheden waar organisaties steeds meer om vragen bij nieuwe medewerkers en waar studenten zich dus nu al in moeten gaan ontwikkelen. 

Niet alleen studenten maar ook docenten hebben digitale middelen nodig om te voldoen aan de steeds hogere eisen die de omgeving stelt aan het onderwijs. Denk aan werken met Magister, PowerPoint, Kahoot, Office 365 en (als onderdeel daarvan) SharePoint. Maar denk ook aan veelbelovende technologische innovaties zoals blended leren en de opkomst adaptieve leersystemen, zoals Squla en Snappet. Deze innovaties ondersteunen de docent een krachtige leeromgeving neer te zetten op een efficiënte manier. Een bijkomend voordeel is dat deze innovaties veel werk uit handen nemen van docenten waardoor de werkdruk afneemt. 

Dat verdere digitalisering in het onderwijs nodig is, mag dus duidelijk zijn. Toch blijkt dat scholen er maar beperkt in slagen om te digitaliseren, zo blijkt uit het rapport van de Onderwijsraad. Het onderwijsveld is nog zoekende naar hoe digitalisering vorm moet krijgen en dreigt achter te lopen.  

In mijn ervaring als docent en in mijn ervaring als adviseur digitalisering in het onderwijs herken ik dit beeld. Zo wordt lesmateriaal vaak niet op een centrale plek gedeeld, waardoor je als docent het wiel opnieuw moet uitvinden. De samenwerking tussen docenten gaat vaak per mail, waardoor de mail overloopt. Docenten klagen dan ook regelmatig dat ze te veel mail krijgen. Hoewel de meeste docenten de basis van Outlook beheersen, is er nog veel groei mogelijk in het slim omgaan met email en agenda. Daar is grote tijdswinst op te behalen. Er bestaat echter ook een groep die de basis van Outlook niet beheersen omdat ze de digitalisering niet hebben meegekregen/ hier niet in zijn meegenomen.  

Hoe komt dit? Ligt dit aan de docenten? Aan de scholen? Aan de overheid? Hieronder ga ik in op de drie oorzaken waarom het onderwijs dreigt achter te lopen op het vlak van digitaliseren.
 

1: veel aandacht voor infrastructuur, weinig aandacht voor adoptie 

Een van de belangrijkste oorzaken dat digitalisering in het onderwijs niet van de grond komt, is omdat er te weinig aandacht is voor de adoptie. Schoolbesturen zien het belang van ICT wel in maar besteden de meeste tijd vervolgens aan het beschikbaar maken van een goede infrastructuur (Simons, 2002). Zo zien we bij scholen veel dat Office 365 simpelweg wordt aangezet om vervolgens geen of weinig aandacht te besteden aan de adoptie ervan. De gedachte is dat als er eenmaal een goede infrastructuur ligt, de docenten en studenten vanzelf aan de slag gaan met de digitale middelen die ze tot hun beschikking krijgen. Bij work21 hebben we de ervaring dat het aanzetten van een systeem alleen, niet voldoende is. Expliciete aandacht is nodig voor echte adoptie. Een korte introductie is niet voldoende. Zeker in het onderwijs geldt dit, waar docenten het al druk genoeg hebben. Het is voor hen vaak niet duidelijk wat zij aan de digitalisering hebben en sommige docenten vinden digitaliseren spannend omdat ze er niet zo handig in zijn. Bij een heldere adoptie aanpak worden deze vragen beantwoord.

 

2: geen heldere visie op wat ICT de school kan bieden 

Docenten, studenten en medewerkers van een school willen weten hoe ICT hen gaat helpen. Anders gezegd: “What’s in it for me?”. Veel scholen hebben geen heldere visie op wat digitalisering hen kan bieden. De ICT’ers van de school vliegen de digitalisering vaak aan vanuit wat de techniek kan bieden.  Voor docenten werkt dit echter niet motiverend. Zij willen weten wat ze aan de techniek hebben en hoe het hen gaat helpen. Het is dus belangrijk om hier als school een visie over te ontwikkelen.

 

3: aannemen dat de studenten al voldoende digitaal vaardig zijn  

Op scholen zien we vaak dat docenten onzeker zijn over hun eigen digitale vaardigheden. Als ze zich vergelijken met hun studenten, dan vinden ze hen vaak veel handiger met digitale middelen. Als gevolg daarvan wordt vaak aangenomen dat studenten al digitaal vaardig genoeg zijn. Dit is begrijpelijk. Hun toekomstige werkgevers zien dit anders. Zij zien bijvoorbeeld dat studenten vooral met producten van Google werken (Gmail en Drive), terwijl het bedrijfsleven werkt met producten van Microsoft (Outlook, SharePoint en Skype voor Bedrijven). Als de studenten dan eenmaal hun eerste baan krijgen dan moet de werkgever soms nog investeren in de scholing van Microsoftproducten.  

Naast deze ICT-basis vaardigheden (het inzetten en omgaan met computers en apparaten), zoals ze heten bij 21e-eeuwse vaardigheden, worden er nog drie andere digitale vaardigheden verwacht van de toekomstige werknemer. Dit zijn computational thinking (digitale tools inzetten om problemen op te lossen), informatie vaardigheden (zoeken, beoordelen en gebruiken van informatie) en mediawijsheid (bewust omgaan met media). Bij scholen is voor deze 21e-eeuwse vaardigheden bij studenten tot nu toe nog weinig aandacht, terwijl werkgevers hier meer en meer om vragen.  

21e eeuwse vaardigheden volens SLO en Kennisnet 

tot slot 

Digitalisering is volop gaande in de samenleving én het onderwijs. Digitale ontwikkelingen hebben de potentie het onderwijs te verbeteren en vernieuwen. Tegelijkertijd eisen werkgevers digitaal vaardige werknemers en kijken naar het onderwijs om studenten hiervoor op te leiden. Toch blijken veel scholen moeite te hebben met digitaliseren. In een volgend blog ga ik graag in op mogelijke oplossingen.   

Wil je reageren, een vraag stellen of een keer sparren over dit onderwerp? Neem contact op met Lieke.