Lieke Rietrae | 21 november, 2018

drie take-aways van de SURF onderwijsdagen

Twee weken geleden stond ik namens work21 op de SURF-onderwijsdagen. Inmiddels heb ik rustig kunnen reflecteren op de drie take-aways. Ik deel ze graag met jullie.

  1. Age does matter (als het aankomt op adoptie)

Leeftijd doet er blijkbaar toe, als het aankomt op adoptie van nieuwe technologie. Dit stelde keynote spreker Deborah Nas in haar presentatie. Ben jij opgegroeid met LEGO en willen je kinderen het spelletje mindcraft spelen op de computer? Grote kans dat jij ze liever met LEGO ziet spelen. Terwijl Mindcraft waarschijnlijk veel meer creativiteit en oplossingsgerichtheid traint dan LEGO.

Hoe komt dit dan? Alles waarmee je bent opgegroeid tot ongeveer je 20ste levensjaar zie je als vanzelfsprekend. Tussen de 20ste en 35ste jaar zie je technologische veranderingen vaak als spannend en innovatief. Na je 35ste zie je veranderingen vaak als onnatuurlijk. Nu kan ik me voorstellen dat je dit leest en denkt dat dit generaliserend is. Dat is het ook. Ik ken genoeg voorbeelden die hiervan afwijken, zoals een man van 60 die werkt bij het UWV die mij soms te slim af was met nieuwe technologie.

Maar als trainer en adviseur herken ik het beeld ook. Ik zie vaak weerstand bij mensen voor nieuwe technologie, zeker mensen die wat ouder zijn. Met name als de technologie verder van hen afstaat. Dit is niet omdat ze het er mee oneens zijn, maar omdat het onnatuurlijk aanvoelt zoals Deborah zo goed wist te schetsen. Daaronder ligt vaak angst voor de verandering. We weten allemaal dat angst een sterkere emotie is dan blijdschap.

Daarnaast is weerstand voor nieuwe technologie van alle tijden. Nas schetste de tijd dat het schrift werd uitgevonden. Dit zou slecht zijn voor ons geheugen. De uitvinding van de krant zou leiden tot informatie overload. De televisie zou slecht zijn voor onze hersenen. Tot slot werd de computer beschuldigd van het veroorzaken van sociaal isolement. Robots en AI gaan nu de wereld overnemen, zoals alle science fiction films ons helpen herinneren.

  1. Adoptie is een ‘hot topic’ – hoe moet het wel?

Ook tijdens onze sessie over adoptie gaf de zaal toe dat adoptie best lastig is. De meeste herkende namelijk dat ze nieuwe technologie hadden geïmplementeerd maar dat het niet op de juiste manier, of helemaal niet wordt gebruikt. Ook erkenden mensen dat dit vooral lag aan de digitale vaardigheid van docenten en de angst die daaronder ligt. Precies zoals Nas hierboven schetst dus.

Adoptie van nieuwe technologie is dus weerbarstig. Wat kun je nu doen om een succes ervan te maken?

Wij van work21 begeleiden adoptie bij meerdere scholen en organisaties en hebben al veel geleerd hierover. In onze presentatie op de SURF-onderwijsdagen hebben we uitgelegd wat onze ‘best-practices’ zijn. Een eerste hiervan is focussen op scenario’s (werkprocessen) en kijken hoe de tools kunnen ondersteunen in het werk. Dit klinkt logisch maar vaak wordt er vanuit de tool zelf gedacht en niet vanuit het werk. Als er vanuit de tool zelf wordt gedacht dan kan men op weerstand stuiten vanuit docenten en staff, omdat ze het al druk genoeg hebben en het voordeel niet zien. Als er vanuit het werk wordt gedacht en hoe de tool kan ondersteunen, dan verlicht dit de werkdruk en krijg je docenten mee.

Een tweede best-practice is om met elkaar af te spreken welke tool je waarvoor gebruikt. Docenten die Office 365 krijgen zien vaak door de bomen het bos niet meer. Er zijn veel verschillende apps en welke gebruik ik nu waarvoor? Het is af te raden om docenten dit individueel te laten uitzoeken, daar hebben ze het te druk voor. Slimmer is om op basis van die scenario’s (werkprocessen) te bepalen welke tool je wanneer inzet.

Een derde best-practice is om afspraken te maken over hoe je de tools in die scenario’s gebruikt. Je kan bijvoorbeeld wel afspreken dat je in Teams wilt samenwerken, maar zet je een team open of zet je hem dicht? In het licht van kennisdelen is het aan te raden een Team altijd open te zetten. Ook kun je afspreken dat je de @ mention gebruikt als je een collega wilt vragen een taak op te pakken. Handig is ook om dan af te spreken dat die collega hierop moet reageren en de taak ook mag weigeren of er kritische vragen over mag stellen. Dergelijke afspraken stroomlijnen het efficiënter gebruiken van middelen als Teams.

  1. Sommige scholen verder dan anderen

We weten nu waarom technologie adopteren zo makkelijk nog niet is, en wat je als school zou kunnen doen om jezelf van een succes te garanderen. Maar hoe staan scholen hier eigenlijk in? Ervaren zij dezelfde problemen? Hoe gaan ze daarmee om? Waar staan we eigenlijk momenteel, met de digitalisering van het onderwijs anno 2018? Om hierachter te komen ben ik met veel mensen in gesprek gegaan tijdens de onderwijsdagen. Daarbij merkte ik op dat er grofweg drie categorieën zijn: (1) de scholen die er nog niet mee bezig zijn, (2) de scholen die er wel mee bezig zijn maar worstelen met weerstand en (3) de scholen die succesvol een adoptieproces hebben doorlopen. Ik schets hieronder wat voorbeelden.

In de eerste categorie sprak ik iemand van een hogeschool waaruit bleek dat O365 wordt ‘aangezet’. Met de verwachting dat docenten O365 vanzelf gaan gebruiken op de juiste wijze. Hij gaf aan dat dit niet werkt. Mensen gebruiken het nu helemaal niet, op een enkeling na. De leiding ziet het belang er echter niet van in en heeft andere prioriteiten. Jammer voor de docenten.

In de tweede categorie sprak ik mensen van een ROC waar druk wordt geëxperimenteerd met Teams for Education. De innovators waren erg enthousiast, de directeur was terughoudend en dus loopt de school tegen wat belemmeringen aan op het gebied van draagvlak en sturing. Een Universiteit is ook bezig met adoptie, maar steekt puur en alleen in op training. De nadelen mogen evident zijn: heldere doelstellingen, goede sturing en draagvlak creëren zijn zaken die ontbreken. Het effect is vaak dat slechts de helft van de school Office 365 daadwerkelijk adopteert en op de juiste wijze gebruikt. De andere helft blijft op de oude manier werken.

Een ander ROC is juist al heel ver met Teams. Zij hebben o.a. driekwart jaar genomen, training aangeboden, QRC’s gemaakt, doelen gesteld, aangesloten op de werkprocessen (slim samenwerken) en teams zelf laten bepalen wanneer ze wilden migreren. Nu is iedereen over op Teams en, op wat gemopper na, werkt het goed en zijn mensen tevreden.

Bij welke categorie hoort jouw instelling? En hoe gaan jullie om met de hobbels? Laat het mij weten! Ik hoor graag hoe jullie erin staan zodat ik weer andere scholen kan helpen.